Erkennen & Waarderen

“Je moet laten zien dat je geschikt bent voor een wetenschappelijke loopbaan”

Postdocs hebben meer begeleiding nodig bij het vormgeven van hun wetenschappelijke loopbaan. Dat stelt postdoctoraal onderzoeker Richte Schuurmann. “Als postdoc voel ik mij soms in het luchtledige: hoe kom ik nu verder? Wat moet ik precies doen? Als je verder wilt in de wetenschap heb je behoefte aan meer handvatten.”

Het viel niet mee om een postdoc te vinden voor een interview. Ongetwijfeld zegt dat iets over de positie waarin veel postdoctoraal onderzoekers verkeren: een hoge werkdruk en een sterke afhankelijkheid. Uiteindelijk bleek Richte Schuurmann bereid te reflecteren op de belangrijkste uitkomsten van de Erkennen & Waarderen cultuurbarometer voor zijn functiegroep. Zelf is hij sinds 2018 als postdoc verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Hij studeerde technische geneeskunde aan de Universiteit Twente. Aan diezelfde universiteit behaalde hij in 2018 de doctorsbul. Tijdens zijn promotietraject ontwikkelde hij samen met collega’s van het Anthonius Ziekenhuis in Nieuwegein een methode die het lekken van een stent in de aorta kan voorspellen. Na zijn promotie werd hij door zijn copromotor – inmiddels bevorderd tot hoogleraar – gevraagd mee te ‘verhuizen’ naar de afdeling chirurgie van het UMCG met het doel daar een onderzoeksgroep op te zetten. Inmiddels is hij daar bijna zes jaar werkzaam. “Als technisch geneeskundige probeer ik de brug te slaan tussen de technicus en de arts. Daarbij werk ik in de context van het ziekenhuis. Alle onderzoeken die we doen zijn toegepast op de kliniek.”

Kun je iets meer vertellen over je dagelijkse werkzaamheden?

“Mijn dagelijkse taken zijn het coördineren van onderzoeken die op onze afdeling worden gedaan, het binnenhalen van funding en ervoor zorgen dat alles loopt. Als onderzoeksgroep hebben we momenteel negen promovendi in dienst die het onderzoek uitvoeren. Ik ben hun dagelijkse begeleider en copromotor. Daarnaast begeleid ik studenten bij hun afstuderen. Ook geef ik regelmatig gastcolleges en ben ik betrokken bij het vak Biomedical Engineering. Zelf verkeer in de unieke situatie dat mijn postdoc-aanstelling semipermanent is. Eigenlijk ben ik een meer een senior-onderzoeker geworden.”

Daarnaast ben je voorzitter van de Postdoc Council. Hoe ben je daar terechtgekomen?

“Bij de afdeling chirurgie miste ik het contact met mede-postdocs. Via via hoorde ik dat er binnen het UMCG een Postdoc Council was opgericht. Omdat ik graag mijn netwerk wilde uitbreiden, heb ik mij hierbij aangesloten. Sinds 2023 ben ik voorzitter.”

Waarom vind je dit belangrijk?

“Promovendi zijn over het algemeen goed vertegenwoordigd en weten elkaar te vinden. Postdocs worden vaak meer aan hun lot overgelaten, zij moeten zelf op zoek naar ondersteuning. Inmiddels is de informatievoorziening voor postdocs behoorlijk verbeterd en worden er ook cursussen aangeboden. Het blijft lastig om deze informatie bij alle postdocs voor het voetlicht te brengen. Een aanzienlijke groep postdocs is echt uit beeld; die zien wij ook als Postdoc Council niet. Voor ons is het een uitdaging om ook die groep te vertegenwoordigen.”

Kunnen jullie van betekenis zijn?

“In het UMCG is Postdoc Council actief betrokken bij de vraag hoe het academisch loopbaanbeleid eruit zou moeten zien. Er wordt gevraagd naar onze visie. Verder hebben we ieder halfjaar een overleg met de decaan. We worden echt wel serieus genomen.”

Postdocs zijn er in allerlei soorten. Hoe kijk jij naar deze functie?

“Zelf werk ik op een klinische afdeling. Patiëntenzorg is de eerste taak; daar gaat begrijpelijkerwijs ook alle aandacht naartoe. Onderzoek staat feitelijk op de tweede plaats. Daardoor is er minder kader waaraan een postdoc zich moet houden. Zelf heb ik bijvoorbeeld niet zo veel peers; dat betekent dat ik vooral zelf een pad moet zoeken.

“Als technisch geneeskundige probeer ik de brug te slaan tussen de technicus en de arts.”
Hierin word ik zeker gestimuleerd; tegelijk is het best moeilijk. Als ik bijvoorbeeld naar een internationaal congres wil, kom ik er als postdoc niet zo gemakkelijk tussen, dat is toch het terrein van de medisch-hoogleraren. Er is best een groot gat tussen de hoogleraar en wat ik nu doe als postdoc. Voor mij is niet helemaal duidelijk hoe die tussenliggende periode eruit zou moeten zien.

Vanuit de Postdoc Council zie ik dat veel mensen een twee- of driejarige aanstelling krijgen met de opdracht een VENI of een vergelijkbare beurs binnen te halen en een eigen onderzoekslijn te ontwikkelen. Om in aanmerking te komen voor universitair docent (UD) moet een postdoc een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) halen, aantoonbare leiderschapskwaliteiten ontwikkelen, promovendi begeleiden en vaak aanvullende cursussen volgen, zoals de Basiscursus Regelgeving en Organisatie voor Klinisch Onderzoekers (BROK®). Een postdoc is dus vaak ‘het schaap met de vijf poten’.”

Wat is het belang van postdoctoraal onderzoek voor het vervolg van een wetenschappelijke loopbaan?

“Postdoc is dé positie waarin je laat zien dat je geschikt bent voor een loopbaan als wetenschapper. Daar komt natuurlijk best veel bij kijken, zeker als je ook klinische taken hebt. Je moet overal wat van afweten: van de juridische kanten van het onderzoek en wat ethisch gezien mag met patiënten. Als technisch geneeskundige dien je ook bekend te zijn met de Medical Device Regulation (MDR). Inhoudelijk ben je dus al veel tijd kwijt om al deze ontwikkelingen bij te houden. Daarnaast moet je jezelf ontwikkelen als onderzoeker, leider en docent. Daar lopen veel postdocs tegenaan: waar moet ik mij nu eigenlijk op focussen? Is het allemaal even belangrijk? Of is het ook goed om aan de basis te voldoen?”

Wat spreekt jou het meest aan in het programma Erkennen & Waarderen?

“Persoonlijk vind ik het mooi en waardevol dat de kwaliteiten van wetenschappers breder worden erkend en gewaardeerd. Dat sluit goed aan bij mijn eigen loopbaan, waarin ik laveer tussen twee werelden: de wetenschap en de kliniek.”

Uit de resultaten van de cultuurbarometer blijkt dat een aanzienlijk deel van de onderzoekers niet of nauwelijks bekend is met Erkennen & Waarderen. Hetzelfde geldt voor medisch specialisten. Herken jij dat beeld?

“Dat beeld herken ik wel. Medisch specialisten zijn druk met het leveren van zorg. Dat staat op één. De medisch specialisten die deze werkzaamheden combineren met een academische loopbaan ontbreekt het vaak aan tijd om zich goed te verdiepen in het beleid van de universiteit. Voor een deel van de postdocs geldt dat ook. Aan de ene kant heb je postdocs die goed zijn ingebed in een onderzoeksgroep of laboratorium, en fulltime bezig zijn met onderzoek. Zij lijken veelal op postdocs aan de universiteiten. Deze groep ziet waarschijnlijk veel directer terug wat er op beleidsmatig gebied gebeurt. Een andere groep postdocs is meestal parttime onderzoek, bijvoorbeeld op een klinische afdeling. Zij staan dan ook verder af van het wetenschappelijke beleid.”

Verder blijkt dat onderzoekers zich in mindere mate erkend en gewaardeerd voelen dan collega’s in andere functiegroepen. Hoe zou dat komen, denk jij?

“Het hangt ervan af door wie je erkend en gewaardeerd wil worden. In een internationale omgeving van onderzoekers is het best lastig om als postdoc erkenning en waardering te vinden. Het is vaak een netwerk van mensen die elkaar goed kennen; voor een postdoc is het lastig daartussen te komen. Binnen je eigen groep erkenning en waardering krijgen is afhankelijk van de supervisor en de groep. En door het instituut erkend en gewaardeerd worden is weer iets anders. Als iemand aan de vinkjes voldoet, wordt hij dan bevorderd tot universitair docent? Of moet hij eerst zijn eigen beurs binnenhalen? Al deze aspecten spelen naar mijn idee mee of een postdoc zich gewaardeerd voelt.

“Postdocs worden vaak aan hun lot overgelaten.”
Sommige postdocs zijn heel erg bezig met het vervolg van hun wetenschappelijke loopbaan. Ze gaan er helemaal voor. Als ze uiteindelijk geen funding binnenhalen, hebben zij twee jaar heel hard gewerkt en moeten ze toch weg. Dan kan ik mij goed voorstellen dat zij zich niet erkend en gewaardeerd voelen voor het werk dat zij hebben gedaan. Veel is dus het gevolg van het resultaat dat je behaalt aan het einde van je periode als postdoc. Een promovendus daarentegen wordt erkend en gewaardeerd voor het proefschrift dat hij aflevert. Ook als je verder in je carrière bent en deel uitmaakt van een netwerk, krijg je erkenning en waardering. Een postdoc mist in zekere zin allebei: het einddoel is vaak onduidelijk en alles hangt ervan af of je een vervolgstap kunt maken.”

Onderzoekers geven aan betrekkelijk weinig verandering te ervaren als gevolg van het programma Erkennen & Waarderen. Hoe komt dat? Wat zou jij graag concreet veranderd zien voor postdocs?

“Een competitieve setting hoort wat mij betreft bij de wetenschap. Je moet een selectie maken wie een academische loopbaan mag vormgeven en wie niet. Wat postdocs kan helpen is hen meer begeleiding bieden. Denk aan een coach of mentor die de spelregels uitlegt. Als postdoc voel ik mij soms in het luchtledige: hoe kom ik nu verder? Wat moet ik precies doen? Als je verder wilt in de wetenschap heb je behoefte aan meer handvatten.”

Hoe kijk je dan naar het diversifiëren van de loopbaanpaden?

“Paradoxaal. Het wordt minder duidelijk waaraan je moet voldoen. Er zijn meer eindpunten waarin je in meer of mindere mate kan of moet voldoen. Je wordt niet meer hard afgerekend op het aantal publicaties en het binnenhalen van financiering. Dat is niet per se slecht, maar je moet tegelijk wel oppassen dat iemand die zich breed oriënteert, niet juist daarom wordt afgewezen. Het is moeilijker om iemand af te rekenen als je geen duidelijk rapportcijfer meer hebt.”

Wat is het alternatief?

“Binnen het UMCG zijn er vier profielen voor het academisch bevorderingsbeleid: onderzoek, onderwijs, gezondheidszorg en maatschappij & valorisatie. In mijn beleving is het verschil tussen de vier profielen niet eenduidig. In ieder profiel word je beoordeeld op het doen van onderzoek, het publiceren van artikelen – het liefst in high impact journals –, het binnenhalen van funding, het begeleiden van onderzoek, het geven van onderwijs en het genereren van maatschappelijke impact. Eigenlijk breng je met een profiel vooral nuance aan in je eigen persoonlijke verhaal. Daarbij kun je je bijvoorbeeld afvragen of iedere onderzoeker wel een goede docent moet zijn, en omgekeerd of alle universitair docenten wel funding zouden moeten binnenhalen.”

Waar zou wat jou betreft het primaat moet liggen: bij systemische of bij culturele veranderingen?

“Ik heb het idee dat er geen continue doorstroom is van postdoc naar UD, van UD naar UHD en van UHD naar hoogleraar. Als een hoogleraar eenmaal is benoemd, dan blijft hij dat voor lange tijd. Dit kan ten koste gaan van het aantal posities voor jonge onderzoekers. Misschien moeten we dit eerlijker verdelen en zo meer ruimte bieden aan UD’s en UHD’s. Een deel van de postdocs vindt het waarschijnlijk prima om een poos UD en daarna UHD te zijn. Een ander deel wil zo snel mogelijk hoogleraar worden én blijven. Door het ius promovendi uit te reiken aan UD’s en UHD’s kun je de eerste groep erkenning en waardering geven.”

En qua cultuur?

“Binnen de instellingen zie je minder nadruk op het aantal publicaties. Internationaal moet je echter nog steeds zo veel mogelijk publiceren, het liefst in high impact journals. In die zin is cultuurverandering best lastig. Je moet je jezelf toch meten aan je internationale peers.”

Onlangs verscheen een pittig rapport van het Rathenau-Instituut over de positie van jonge onderzoekers. Wat doet dit rapport met jou?

“Maak gebruik van de postdoc-periode om te kijken wat je echt wilt.”
“De groep onderzoekers is heel divers. Ik herken dat de periode als postdoc een stressvolle tijd is met veel onzekerheden. Waar moet je je op focussen? Waar word je op afgerekend? Hoe krijg je daar de goede begeleiding in? Tegelijk is het afhankelijk hoe je met die onzekerheden omgaat en hoe graag je een academische carrière ambieert. En dus hoeveel stress en teleurstelling je ervaart als dat niet lukt. Het is namelijk bekend dat het perspectief op een wetenschappelijke carrière voor postdocs beperkt is.”

Wat moeten we doen met de bevindingen uit het rapport?

“Het is belangrijk dat leidinggevenden een realistische verwachting scheppen. Een postdoc is daarmee het beste geholpen. Hij moet bij wijze van spreken twee mogelijkheden worden voorgehouden: of je zet alles op alles om een academische carrière vorm te geven, of je doet dat niet. En als je echt graag verder wilt in de wetenschap, dan moet je hier en hieraan voldoen. Dus: hard werken en laten zien dat je het waard bent. Als je dit niet wilt, ga het dan ook vooral niet doen, anders word je alleen maar gefrustreerd. Misschien moeten we meer onderscheid maken tussen een pre-academisch traject en postdoctoraal traject.”

Onderzoekers maken zich zorgen over de gevolgen van Erkennen & Waarderen voor de eigen loopbaan, bijvoorbeeld voor het overstappen naar een andere instelling. Deel jij deze zorgen?

“Als je het nationaal goed inbedt, zou dit geen probleem moeten zijn. Op iedere universiteit is er vraag naar universitair docenten die onderwijs willen geven. Als je een gerenommeerd wetenschapper wilt worden lijkt het mij met een onderwijsprofiel moeilijker om je internationaal te positioneren.”

Hoe kijk jij naar de toekomst, wil je verder in de wetenschap?

“De bedoeling is om dit najaar te kijken of een functie van universitair docent iets voor mij is. Zelf vind ik het prima om stap voor stap bevordering te maken en geen talent track te doen. Dat wil zeggen: een volgende stap te zetten als ik daar klaar voor ben.”

Wat zou jij ten slotte de lezer mee willen geven?

“Maak gebruik van de postdoc-periode om te kijken wat je echt wilt. Laat je daarin adviseren. Zoek collega’s op, ga het gesprek aan, verbind je aan een Postdoc Council. Dat is de enige manier om te ontdekken of je echt een academische carrière ambieert en hoe je dat vormgeeft.”

Richte Schuurmann is postdoctoraal onderzoeker aan het UMCG. Hij studeerde technische geneeskunde aan de Universiteit Twente. In 2018 promoveerde hij aan diezelfde universiteit. Tijdens zijn onderzoek ontwikkelde hij een methode om te kunnen voorspellen of een patiënt risico loopt op een lekkage langs een stent in de aorta. Zijn belangstelling gaat uit naar technisch-medisch onderzoek binnen de (vaat)chirurgie en medische beeldvorming. Schuurmann is voorzitter van de Postdoc Council van het UMCG.

Opvallende uitkomsten in de cultuurbarometer voor de functiegroep van onderzoekers (inclusief postdocs):

  • Meer dan 50% van de onderzoekers geeft aan niet of nauwelijks bekend te zijn met het programma Erkennen & Waarderen.
  • Onderzoekers hechten vooral waarde aan het diversifiëren en dynamiseren van de loopbaanpaden, en het realiseren van een balans tussen individu en collectief.
  • Onderzoekers voelen zich ten opzichte van andere functiegroepen minder erkend en gewaardeerd voor het werk dat zij doen; ruim 10% geeft aan zich helemaal niet erkend en gewaardeerd te voelen.
  • Onderzoekers ervaren in mindere mate positieve veranderingen op het gebied van beleid, systeem en cultuur als gevolg van het programma Erkennen & Waarderen dan collega’s in andere functiegroepen.
  • In vergelijking met andere functiegroepen geven onderzoekers vaker aan dat er rekening wordt gehouden met hun ambities.
  • Veel onderzoekers maken zich zorgen over de effecten van het programma Erkennen & Waarderen op de eigen loopbaan.
  • Onderzoekers ervaren vaak financiële onzekerheid; ook zien zij weinig mogelijkheid tot bevordering.